United Pet Club
Schaap

Southdown

De Southdown is een compact, blokvormig vleesschaap dat gekoesterd wordt om zijn kwaliteitslamsvlees, wollige gezicht en befaamd zachtaardige, gedweeë aard.

Size
Klein
Lifespan
10–12 years
Origin
Engeland
Temperament
Kalm
Key Traits
KalmZachtaardigVolgzaamGoedaardigVriendelijk

Characteristics

Energy Level3
Trainability5
Good With Kids3
Good With Pets3
Grooming Needs4

Southdown colors and patterns

What each club's breed standard says about every Southdown color and pattern. Point at a ruling to see the club's own wording.

Vacht: rulings by club
Color or patternASBA SOUTHDOWN
ZwartDiskwalificerend (“Black Sheep”)
WitNo ruling
Patterns
GestippeldFout (“Black spots in the wool are discriminated against”)
Neus: rulings by club
Color or patternASBA SOUTHDOWNSOUTHDOWN SS
ZwartStandaard (“black”)No ruling
RozeFout (“Solid pink is to be discriminated against”)Niet erkend (“Nostrils dark, not pink”)
Hoeven: rulings by club
Color or patternASBA SOUTHDOWNSOUTHDOWN SS
ZwartStandaard (“black”)Standaard (“Horn of hoof black”)
WitFout (“Total white hooves are discriminated against”)No ruling
Patterns
GestreeptStandaard (“black with a few white stripes”)No ruling

What the rulings mean

Standaard
Described by the club's breed standard.
Fout
Named by the club's breed standard as a fault: the animal can be shown but is penalized.
Diskwalificerend
The club's breed standard disqualifies an animal of this color or pattern.
Niet erkend
The club does not accept this color or pattern for the breed.

Sources

Each ruling comes from the club's published breed standard or color list.

Over het Southdown-schaap

De Southdown is een klein, gedrongen vleesschaap uit Zuid-Engeland, bekend om fijnvezelig lamsvlees en een rustig, gedwee karakter.

De Southdown is een van de oudste Engelse Down-rassen en is ontwikkeld op de kalkheuvels van Sussex, in het zuiden van Engeland. Het is een klein, compact schaap met een diep, breed lichaam op korte poten. De wol loopt door tot over het gezicht en de poten, wat het ras zijn kenmerkende wollige, muisbruine tot grijze kop geeft.

Het ras is vooral gefokt voor vlees. Southdown-lammeren zetten snel groei aan op gras en leveren een fijnvezelig karkas met een hoge verhouding vlees ten opzichte van bot. Volwassen ooien wegen doorgaans zo'n 55 tot 90 kg en rammen 90 tot 115 kg, waarmee het ras aan de kleine kant zit binnen de vleesschapen.

Het karakter is een bepalende eigenschap. Southdowns zijn zachtaardig, vriendelijk en makkelijk te hanteren, wat het ras populair maakt bij hobbyboeren en gezinnen met een paar schapen op het erf. Er bestaat ook een miniatuurversie, de Babydoll Southdown, teruggefokt vanuit het traditionele type en gehouden als huisdier en voor begrazing van boomgaarden en wijngaarden.

Southdown in het kort
KenmerkDetail
HerkomstSussex, Engeland
GrootteKlein (ooien 55 tot 90 kg, rammen 90 tot 115 kg)
Levensverwachting10 tot 12 jaar
Groep / rolDown-ras, eindvader en vleesproductie
Geschikt voorHobbyboeren, gezinnen, gemengde graaskuddes

Voor wie is dit ras geschikt

De Southdown past bij houders die op beperkte grond een handelbaar, gedwee schaap willen. Door de kleine maat is hanteren eenvoudiger dan bij grotere commerciële rassen, en het rustige karakter maakt het geschikt voor beginners en gezinnen. Het ras wordt ook ingezet als eindvader, waarbij rammen worden gekruist met grotere ooien om de karkaskwaliteit van de lammeren te verbeteren.

Geschiedenis en herkomst

De Southdown is ontstaan op de South Downs in Sussex, Engeland, verfijnd door John Ellman rond 1800, en later wereldwijd geëxporteerd als basisras binnen de Down-rassen.

De naam Southdown verwijst naar de South Downs, een keten kalkheuvels in Sussex, in het zuiden van Engeland. Schapen van dit algemene type liepen daar al eeuwenlang te grazen, gewaardeerd om de manier waarop ze gedijden op kort gras en de dunne bodem verbeterden door kort te grazen.

Het ras zoals we het nu kennen, is gevormd door John Ellman van Glynde, bij Lewes, aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Tussen ongeveer 1780 en 1800 selecteerde Ellman op een kleiner, gedrongener, vroeg volwassen dier met goede vleeseigenschappen en standaardiseerde hij het type. Zijn werk maakte de Southdown tot een van de eerste systematisch verbeterde Engelse schapenrassen.

In de loop van de negentiende eeuw werd de Southdown een basisras, gebruikt om diverse andere Down- en vleesrassen te vormen of te verbeteren, waaronder de Hampshire, de Suffolk, de Oxford en de Shropshire. Fokkers zoals Jonas Webb van Babraham zetten de verbetering voort en exporteerden dieren naar veel landen.

Het ras kwam terecht in Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en daarbuiten, waar het bijdroeg aan de lokale vleesschapenhouderij. Uit het kleinere traditionele type ontstond later de Babydoll Southdown, die in de Verenigde Staten bewaard bleef als compacte lijn nadat commerciële kuddes overschakelden op grotere dieren.

Uiterlijk en rasstandaard

De Southdown is een klein, diepgebouwd schaap met korte poten, een wollige muisbruine kop en een dichte vacht van middelfijne witte wol.

De Southdown heeft een compacte, ronde bouw. Het lichaam is diep en breed, met een rechte rug, goed gewelfde ribben en een brede, gespierde achterhand. De poten zijn kort en staan ver uit elkaar. Zowel ooien als rammen zijn van nature hoornloos.

De kop is kort en breed, met een breed voorhoofd. Wol bedekt het gezicht en loopt door tot over de poten, en de blote huid van gezicht en poten is doorgaans muisbruin tot grijs van kleur. De oren zijn klein en met kort haar bedekt.

Southdown rasstandaard
KenmerkStandaard
SchofthoogteOngeveer 50 tot 65 cm
GewichtOoien 55 tot 90 kg, rammen 90 tot 115 kg
VachtDichte vacht, middelfijne wol van ongeveer 23 tot 29 micron
KleurenWitte wol, met muisbruine tot grijze kop en poten
OgenDonker, in een brede, met wol bedekte kop

Vacht en kleuren

De vacht is kort, dicht en fijn tot middelfijn van kwaliteit, met een stapellengte van ongeveer 4 tot 6 cm en een gemiddelde jaaropbrengst van 1 tot 1,5 kg per ooi. De wol is wit, terwijl kop, oren en onderbenen de kenmerkende grijsbruine kleur van het ras tonen. De Babydoll-lijn vertoont hetzelfde patroon in een kleiner formaat en wordt ook in een zwarte variant gefokt.

Karakter en gedrag

Southdowns zijn rustige, vriendelijke en gedweeë schapen die gemakkelijk te hanteren zijn, wat ze geschikt maakt voor gezinnen, hobbyboeren en beginnende houders.

De Southdown staat vooral bekend om zijn rustige, evenwichtige aard. Het ras is vriendelijk, zachtaardig en goedgeaard, en individuele dieren worden bij regelmatig contact vaak tam en benaderbaar. Deze gedweeheid is een van de belangrijkste redenen waarom het ras wordt aanbevolen aan beginnende houders en gezinnen.

In de omgang met mensen zijn Southdowns doorgaans rustig en gemakkelijk te verplaatsen, en ze verdragen hanteren, scheren en routinematige verzorging zonder veel ophef. Ze zijn niet schrikachtig en blijven doorgaans op hun gemak bij bekende verzorgers. Tegenover vreemden gedragen ze zich eerder onverstoorbaar dan nerveus.

Als kuddedier doet de Southdown het het beste in gezelschap van andere schapen en mag het dier niet alleen worden gehouden. Het mengt goed met ander graasvee en is mild genoeg om weiland te delen met geiten, paarden of runderen. Rammen zijn meestal handelbaarder dan die van grotere rassen, maar verdienen tijdens het dekseizoen nog altijd de gebruikelijke voorzichtigheid.

Karaktereigenschappen (1 = laag, 5 = hoog)
EigenschapScore
Aanhankelijkheid4
Energie2
Leerbaarheid3
Blaatgedrag2
Vachtverlies1

Verzorging en management

Southdowns hebben goed weiland nodig, jaarlijkse scheerbeurten, routinematige hoef- en parasietenzorg, en eenvoudige beschutting; hun kleine formaat maakt dagelijkse omgang overzichtelijk.

Southdowns zijn robuuste schapen die weinig verzorging vragen en goed gedijen op gras. Door hun kleine bouw en rustige aard zijn hanteren, verplaatsen en behandelen eenvoudiger dan bij grotere rassen.

Vachtverzorging

  • Scheer eenmaal per jaar, meestal in het late voorjaar, om de volledige vacht te verwijderen
  • Knip de hoeven elke 6 tot 10 weken bij, of vaker indien nodig, om overgroei te voorkomen
  • Controleer de wol rond kop en achterste op vervuiling, want dat trekt vliegen aan
  • Houd de vacht schoon en droog om huid- en parasietproblemen te beperken

Beweging

  • Geef dagelijks toegang tot weiland om te grazen en te bewegen
  • Wissel percelen af om de graskwaliteit op peil te houden en de wormdruk te beperken
  • Laat de dieren vrij lopen en grazen, dat houdt gewicht en hoeven in goede staat

Omgeving

Southdowns passen zich aan uiteenlopende klimaten aan en verdragen het koele, vochtige Nederlandse weer goed, al hebben ze droge grond onder de poten nodig ter bescherming van de hoeven. Een eenvoudige, aan drie zijden gesloten schuilstal of stal biedt bescherming tegen zware regen, wind en zomerse hitte. Deugdelijke afrastering is essentieel, en door hun korte poten houdt gewoon veeraster ze doorgaans zonder moeite binnen.

Voeding

Southdowns doen het goed op goed gras en hooi, met krachtvoer voorbehouden aan de late dracht, lactatie en het afmesten van lammeren, en met constante toegang tot vers water en mineralen.

Gras vormt de basis van het Southdown-dieet. Op goed weiland hebben volwassen, niet-fokkende schapen vaak weinig meer nodig dan ruwvoer, vers water en een geschikt mineralensupplement. Voer in de winter of wanneer het gras schaars is, goed hooi bij. Krachtvoer wordt alleen toegevoegd wanneer de energiebehoefte stijgt, zoals in de late dracht, tijdens de lactatie of bij het afmesten van lammeren voor de markt.

Algemene voedingsrichtlijn
LevensfaseHoeveelheid per dagVoermomenten
Onderhoud (ooi)Weidegang plus 1 tot 2 kg hooi wanneer gras schaars isVrije weidegang
Late drachtRuwvoer plus 0,25 tot 0,5 kg krachtvoer1 tot 2
Lacterende ooiRuwvoer plus 0,5 tot 1 kg krachtvoer2
Groeiend lamRuwvoer plus bijvoer naar behoefte2 tot 3

Bijvoeding en supplementen

Bied een mineralenliksteen of losse mineralenmix aan die specifiek voor schapen is samengesteld en weinig koper bevat. Zorg voor constante toegang tot schoon, vers water. Af en toe kunnen kleine hoeveelheden groente of fruit worden gegeven, maar elke verandering in het dieet moet geleidelijk worden doorgevoerd om spijsverteringsproblemen zoals trommelzucht of pensverzuring te voorkomen.

Gezondheid en levensverwachting

Southdowns zijn over het algemeen robuust en worden ongeveer 10 tot 12 jaar oud; klauwrot, inwendige parasieten en myiasis verdienen extra aandacht.

De Southdown is een robuust, al lang gevestigd ras zonder grote rasgebonden aandoeningen. Bij goede verzorging halen ooien vaak 10 tot 12 jaar en blijven ze een groot deel van die tijd productief. De meeste gezondheidsproblemen bij dit ras zijn de gebruikelijke aandachtspunten van elk schaap in de wei, en geen erfelijke gebreken. Door de compacte, kortpotige bouw is het belangrijk de conditie in de gaten te houden, zodat de dieren niet te zwaar worden op rijk weiland.

Veelvoorkomende aandoeningen om op te letten
AandoeningVerschijnselenOpmerking
KlauwrotKreupelheid, stinkende hoef, tegenzin om te lopenHangt samen met natte grond; tijdig bijknippen en behandelen
Inwendige parasietenGewichtsverlies, diarree, slechte vachtBeheersen met graaswisseling en ontworming
Myiasis (wondmade)Onrust, vervuilde wol, maden in de vachtMeest voorkomend in warme maanden; houd het achterste schoon
Trommelzucht of pensverzuringOpgezette linkerflank, eetlustverlies, onrustVaak door plotseling graan of sappig gras

Preventieve zorg

  • Plan routinevaccinaties, zoals bescherming tegen clostridiose, in overleg met de dierenarts
  • Voer regelmatig mestonderzoek uit en ontworm alleen wanneer nodig
  • Knip en controleer de hoeven volgens een vast schema
  • Scheer jaarlijks en knip vervuilde wol bij om het risico op myiasis te beperken
  • Bied mineralen met weinig koper aan en houd de lichaamsconditie in de gaten

Fokken en lammeren grootbrengen

Southdown-ooien zijn geschikt voor de fok vanaf ongeveer 7 tot 12 maanden, dragen ongeveer 147 dagen, en krijgen meestal een of twee lammeren die snel groeien op melk van de ooi en gras.

Southdowns zijn seizoensgebonden fokkers die in de herfst dekken, voor een voorjaarslammering in gematigde klimaten. Ooilammeren kunnen vanaf ongeveer 7 tot 12 maanden fokconditie bereiken, al wachten veel houders tot de ooi goed is uitgegroeid voor haar eerste dekking. De dracht duurt ongeveer 147 dagen, bijna vijf maanden.

Het lammeren verloopt meestal zonder problemen, geholpen door het gematigde geboortegewicht van de lammeren en het goede moederinstinct van de ooien. Ooien zijn oplettende moeders met een goede melkgift, en de lammeren zijn levendig en groeien snel. Doorgaans worden er een of twee lammeren geboren, met tweelingen die vaak voorkomen bij volwassen, goed gevoede ooien.

Rammen worden veel ingezet als eindvader, gekruist met grotere ooirassen om spiermassa en vroege afmestbaarheid aan kruisingslammeren toe te voegen. Jonge dieren worden doorgaans op een leeftijd van 12 tot 16 weken gespeend, waarna ze verder groeien op goed weiland.

Fokgegevens
KengetalWaarde
Fokleeftijd (ooi)7 tot 12 maanden
DraagtijdOngeveer 147 dagen
Worpgrootte1 tot 2 lammeren
Speenleeftijd12 tot 16 weken
DekseizoenHerfst (seizoensgebonden)

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over het Southdown-schaap gaan over grootte, karakter, verzorging, levensverwachting, geschiktheid en verkrijgbaarheid.

Hoe groot wordt een Southdown-schaap?

De Southdown is een klein ras. Ooien wegen doorgaans tussen de 55 en 90 kg en rammen tussen de 90 en 115 kg, met een schofthoogte van ongeveer 50 tot 65 cm op korte poten.

Hoe is het karakter van de Southdown?

Southdowns zijn rustig, vriendelijk en gedwee. Ze zijn eenvoudig te hanteren en worden bij regelmatig contact vaak tam, wat ze geliefd maakt bij gezinnen en beginners.

Is een Southdown lastig te verzorgen?

Nee. Het zijn robuuste, op gras gerichte schapen die jaarlijks geschoren moeten worden, regelmatig hoefonderhoud nodig hebben, parasietenbeheersing vragen en basale beschutting. Door hun kleine formaat is dagelijkse omgang eenvoudiger dan bij grotere rassen.

Hoe oud worden Southdown-schapen?

Bij goede verzorging wordt een Southdown doorgaans 10 tot 12 jaar oud.

Zijn Southdowns geschikt voor kleine bedrijven of beginners?

Ja. Het overzichtelijke formaat, de milde aard en het probleemloze lammeren maken ze geschikt voor hobbybedrijven, kleine boerderijen en beginnende houders. Ze moeten wel samen met andere schapen worden gehouden, voor gezelschap.

Waarvoor worden Southdowns gebruikt?

Het zijn voornamelijk vleesschapen, gewaardeerd om fijnvezelig, goed doorspierd lamsvlees. Rammen worden ook ingezet als eindvader op grotere ooien, en de kleinere Babydoll Southdown wordt gehouden als huisdier en voor begrazing van boomgaarden en wijngaarden.

Zijn Southdown-schapen makkelijk te vinden?

De Southdown is een gevestigd ras dat wordt gehouden in Groot-Brittannië, Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en elders, waardoor fokdieren in veel regio's verkrijgbaar zijn via rasverenigingen en geregistreerde fokkers.