Oosterse Meeuw
De Oriental Frill is een elegante sierduif, beroemd om zijn sierlijke borstkraag en bevederde poten, met een rustig en zacht karakter.
- Size
- Klein
- Lifespan
- 8–12 years
- Origin
- Turkije
- Temperament
- Zachtaardig
- Standard colors
- Zwart, Wit en Blauw and 10 more
Characteristics
Oosterse Meeuw colors and patterns
What each club's breed standard says about every Oosterse Meeuw color and pattern. Point at a ruling to see the club's own wording.
Breed standards describe the Oosterse Meeuw in Zwart, Wit, Blauw, Lavendel, Zilver, Bruin, Vaalbruin, Kaki, Rood, Dominant rood, Geel, Crème en Zwavelgeel. Standard patterns: Effen, Gezoomd, Lak, Kras, Geband, Bont en Schildtekening.
| Color or pattern | NPA | BDRG |
|---|---|---|
| Zwart | Standaard (“BLACK & DUN LACED; BLUETTES; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; DOMINOES; BLUE BAR; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Schwarz-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen; Satinetten Blau mit weißen Binden (Bluette); Vizor Blau mit weißen Binden”) |
| Wit | Standaard (“SATINETTE BLUE LACED; BRUNETTES; SULPHURETTES; BLUETTES; SILVERETTES; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; VIZORS; DOMINOES; TURBITEENS; BLUE LACED”) | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen; Satinetten Rot mit weißen Binden; Vizor Rot mit weißen Binden”) |
| Blauw | Standaard (“BLUE LACED; BLUE BAR; SATINETTE BLUE LACED; BLUETTES; DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Blau mit weißen Binden; Blondinetten Blau-geschuppt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Lavendel | Standaard (“LAVENDER”) | Standaard (“Blondinetten Lavendel-gesäumt”) |
| Zilver | Standaard (“SILVER LACED; SULFUR LACED; SILVER BAR; SILVERETTES; DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Blaufahl mit weißen Binden; Blondinetten Blaufahl-geschuppt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Bruin | Standaard (“BROWN LACED; brown white barred; BRUNETTES”) | Standaard (“Blondinetten Braunfahl mit weißen Binden; Blondinetten Braunfahl-geschuppt; Blondinetten Braun-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Vaalbruin | Standaard (“SILVERETTES; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; DOMINOES; BLACK & DUN LACED; SILVER BAR; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Dun-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen; Satinetten Blaufahl mit weißen Binden (Silverette); Vizor Blaufahl mit weißen Binden”) |
| Kaki | Standaard (“khaki laced tail; khaki white barred”) | Standaard (“Blondinetten Khakifahl mit weißen Binden; Blondinetten Khakifahl-geschuppt; Blondinetten Khaki-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Rood | Standaard (“RED LACED; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Rot mit weißen Binden; Blondinetten Rot-geschuppt; Blondinetten Rot-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Dominant rood | No ruling | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Geel | Standaard (“YELLOW LACED; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Gelb mit weißen Binden; Blondinetten Gelb-geschuppt; Blondinetten Gelb-gesäumt; Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Crème | No ruling | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Zwavelgeel | Standaard (“SULPHURETTES; SULFUR LACED”) | Standaard (“Blondinetten Sulfur-geschuppt (Sulfurette); Satinetten Sulfur-geschuppt; Vizor Sulfur-geschuppt”) |
| Patterns | ||
| Effen | Standaard (“DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Gezoomd | Standaard (“BLUE LACED; SILVER LACED; RED LACED; YELLOW LACED; BROWN LACED; SULFUR LACED; BLACK & DUN LACED; LAVENDER; khaki laced tail; SATINETTE BLUE LACED”) | Standaard (“Blondinetten Schwarz-gesäumt; Blondinetten Dun-gesäumt; Blondinetten Braun-gesäumt; Blondinetten Khaki-gesäumt; Blondinetten Rot-gesäumt”) |
| Lak | No ruling | Standaard (“Blondinetten Blau-geschuppt; Blondinetten Blaufahl-geschuppt; Blondinetten Braunfahl-geschuppt; Blondinetten Khakifahl-geschuppt”) |
| Kras | Standaard (“DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen”) |
| Geband | Standaard (“SILVER BAR; BLUE BAR; khaki white barred; brown white barred; BLUETTES; SILVERETTES; VIZORS; DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Blondinetten Rot mit weißen Binden; Blondinetten Gelb mit weißen Binden; Blondinetten Blau mit weißen Binden; Blondinetten Blaufahl mit weißen Binden”) |
| Bont | Standaard (“SATINETTE BLUE LACED; BRUNETTES; SULPHURETTES; BLUETTES; SILVERETTES; BLACK, DUN, RED, & YELLOW LACED; VIZORS; DOMINOES; TURBITEENS”) | Standaard (“Turbiteenmövchen; Dominomövchen; Satinetten Rot mit weißen Binden; Vizor Rot mit weißen Binden”) |
| Schildtekening | Standaard (“TURBITEENS”) | No ruling |
| Color or pattern | NPA |
|---|---|
| Donkerbruin | Standaard (“very dark brown; dark brown, ruby or orange”) |
| Rood | Standaard (“eye red”) |
| Robijnrood | Standaard (“dark brown, ruby or orange”) |
| Oranje | Standaard (“dark brown, ruby or orange”) |
| Geel | Standaard (“yellow gravel”) |
| Patterns | |
| Verschillend gekleurde ogen | Fout (“spilt eye”) |
| Color or pattern | NPA |
|---|---|
| Zwart | Standaard (“black or as dark as possible; upper mandible black in blacks and black checkers, horn color in others, lower mandible white”) |
| Wit | Standaard (“upper mandible black in blacks and black checkers, horn color in others, lower mandible white”) |
| Hoornkleurig | Standaard (“horn color; upper mandible black in blacks and black checkers, horn color in others, lower mandible white”) |
| Roze | Standaard (“pale flesh”) |
| Color or pattern | NPA |
|---|---|
| Rood | Standaard (“bright red and free from feathers”) |
Blondinette
Domino
| Color or pattern | BDRG |
|---|---|
| Zwart | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Wit | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Blauw | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Zilver | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Bruin | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Vaalbruin | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Kaki | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Rood | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Dominant rood | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Geel | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Crème | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Patterns | |
| Effen | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Kras | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Geband | Standaard (“Dominomövchen”) |
| Bont | Standaard (“Dominomövchen”) |
Satinette
Turbiteen
| Color or pattern | BDRG |
|---|---|
| Zwart | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Wit | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Blauw | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Zilver | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Bruin | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Vaalbruin | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Kaki | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Rood | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Dominant rood | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Geel | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Crème | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Patterns | |
| Effen | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Kras | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Geband | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
| Bont | Standaard (“Turbiteenmövchen”) |
What the rulings mean
- Standaard
- Described by the club's breed standard.
- Fout
- Named by the club's breed standard as a fault: the animal can be shown but is penalized.
Color changes
How a Oosterse Meeuw's colors can change over its life.
Roodchanges toBlauw
Verenkleed · Met de leeftijd
Sources
Each ruling comes from the club's published breed standard or color list.
Over de Oosterse Meeuw
De Oosterse Meeuw is een kleine sierduif uit Turkije, bekend om de gekrulde borstjabot, de bevederde poten en een rustig, zachtaardig karakter dat past bij geduldige liefhebbers.
De Oosterse Meeuw (Oriental Frill) is een sierduif die wordt gehouden voor tentoonstelling en sierwaarde, niet voor de postduivensport of als voedselduif. Het is een klein, gedrongen duifje met een korte, uilachtige kop. Twee kenmerken bepalen het rasbeeld: een jabot van gekrulde veren op de borst en dicht bevederde poten, ook wel muffen genoemd. Daarmee behoort dit ras tot de meest sierlijke binnen de duivenfancy.
Het karakter is rustig en gemoedelijk. Liefhebbers omschrijven de Oosterse Meeuw als aanhankelijk, zachtaardig, kalm en gedwee, wat de duif hanteerbaar maakt in het hok en tam in de omgang zodra hij aan een verzorger gewend is. Het zijn geen sterke vliegers, en ze worden doorgaans in een hok of volière gehouden in plaats van vrij losgelaten.
Bij goede verzorging wordt de duif doorgaans 8 tot 12 jaar oud. Als sierras vraagt de Oosterse Meeuw voortdurende aandacht voor de pootbevedering en de jabot, waardoor het ras vooral liefhebbers aanspreekt die regelmatig verzorgen en een schoon, droog hok op prijs stellen.
| Kenmerk | Detail |
|---|---|
| Herkomst | Turkije |
| Grootte | Klein |
| Levensverwachting | 8 tot 12 jaar |
| Groep / rol | Sier- en showduif (fancyras) |
| Geschikt voor | Rustige huishoudens en geduldige liefhebbers; verdraagt hanteren goed |
Voor wie geschikt
De Oosterse Meeuw past bij een liefhebber die een rustige, sierlijke duif wil en bereid is de jabot en pootbevedering te onderhouden. Het ras is geschikt voor showliefhebbers en voor wie een honkvaste hokduif verkiest boven een actieve vlieger. Het is minder geschikt voor wie een vrij vliegende duif of een postduif zoekt, of voor wie het hok niet schoon en droog genoeg kan houden om de muffen te beschermen.
Geschiedenis en herkomst
De Oosterse Meeuw stamt uit Turkije en de bredere Ottomaanse regio, waar sierduiven met borstjabot en bevederde poten al werden gefokt voordat Europese liefhebbers het type verfijnden.
De Oosterse Meeuw komt oorspronkelijk uit Turkije en het bredere gebied dat historisch met het Ottomaanse Rijk verbonden is. Sierduiven met gekrulde borstveren en bevederde poten werden daar al eeuwenlang gefokt, en de Oosterse Meeuw maakt deel uit van die groep sierduiven met een borstjabot.
Via handel en diplomatiek contact met de Ottomaanse gebieden bereikten deze duiven West-Europa. Europese duivenliefhebbers raakten geïnteresseerd in de typen met jabot en bevederde poten, en begonnen te selecteren op de kenmerken die nu met het ras worden geassocieerd: de korte kop, de borstjabot en de zware pootbevedering.
Na verloop van tijd werd het type binnen de showfancy gestandaardiseerd, waarbij kleurpatronen en verenstructuur via gerichte fokkerij werden vastgelegd. De Oosterse Meeuw wordt vaak in één adem genoemd met verwante rassen die een borstjabot hebben en dezelfde brede oorsprong delen, waardoor exacte vroege jaartallen moeilijk vast te stellen zijn.
Tegenwoordig wordt de Oosterse Meeuw vooral gehouden als show- en sierras door duivenliefhebbers. Als vlieg- of gebruiksduif heeft het ras nauwelijks een geschiedenis: de waarde ligt al lang bij uiterlijk en een zachtaardig karakter, niet bij prestaties.
Uiterlijk en rasstandaard
De Oosterse Meeuw is een kleine, gedrongen duif met een korte uilachtige kop, een gekrulde jabot op de borst en zwaar bevederde poten.
De Oosterse Meeuw is een compacte, ronde duif met een korte, brede kop en een korte snavel, wat het uilachtige uiterlijk verklaart. De hals is kort en het lichaam is gedrongen en laag gebouwd. De twee opvallendste kenmerken zijn de jabot, een band van gekrulde veren over de voorzijde van de borst, en de muffen: lange veren die de poten en onderbenen bedekken.
De algemene indruk is die van een klein, verzorgd en sierlijk vogeltje. De houding is rustig en rechtop, niet gestroomlijnd of sportief.
| Kenmerk | Standaard |
|---|---|
| Postuur | Klein van bouw; lage, ronde lichaamshouding |
| Gewicht | Licht, zoals gebruikelijk bij een kleine sierduif |
| Verenkleed | Glad lichaamsbevedering met een gekrulde borstjabot en zwaar bevederde poten (muffen) |
| Kleuren | Diverse erkende kleuren en tekeningen, waaronder schild- en gelijnde tekeningen |
| Ogen | Helder en donker, in de korte, brede kop |
Verenkleed en kleuren
De bepalende kenmerken van het verenkleed zijn de borstjabot en de bevederde poten. De jabot moet gelijkmatig en goed gekruld zijn, en de muffen moeten vol en schoon zijn. Lichaamskleur en tekening variëren per erkende variëteit, waaronder getekende schilden op de vleugels en gelijnde veerranden. Omdat de pootbevedering over de grond sleept, zijn kleur en conditie sterk afhankelijk van een droog, schoon hok.
Temperament en gedrag
De Oosterse Meeuw is kalm, zachtaardig en gedwee, verdraagt hanteren goed en past beter bij een rustig hok dan bij vrije, actieve vlucht.
De Oosterse Meeuw heeft een mild, evenwichtig karakter. Liefhebbers omschrijven het ras als aanhankelijk, zachtaardig, kalm en gedwee. De vogels zijn niet schichtig en blijven doorgaans ontspannen in een vertrouwd hok, waardoor ze gemakkelijker te hanteren zijn dan veel actieve vliegrassen.
Een Oosterse Meeuw die van jongs af aan rustig wordt behandeld, laat zich doorgaans goed vasthouden en keuren, wat belangrijk is voor een showduif. Tegenover andere duiven gedraagt het ras zich over het algemeen vreedzaam, en koppels vestigen zich goed in een gedeeld hok. Ze zijn geen sterke of gretige vliegers en worden daarom in een volière of hok gehouden in plaats van vrijgelaten.
Zoals de meeste duiven is de Oosterse Meeuw een sociaal dier dat het best gedijt met minstens een soortgenoot. Een duif die alleen wordt gehouden, kan in zichzelf gekeerd raken.
| Eigenschap | Score |
|---|---|
| Aanhankelijkheid | 4 |
| Energie | 2 |
| Leerbaarheid | 3 |
| Geluidsniveau | 2 |
| Rui (verenwisseling) | 3 |
Verzorging en vederverzorging
Verzorging van de Oosterse Meeuw draait om een schoon, droog hok en regelmatige aandacht voor de borstjabot en de bevederde poten, met rustige beweegruimte in plaats van vrije vlucht.
Vederverzorging
- Controleer de borstjabot regelmatig en houd hem vrij van voedselresten, uitwerpselen en klitten.
- Inspecteer de muffen vaak; knip of reinig veren die vuil of vocht hebben opgepikt.
- Bied een tot twee keer per week een ondiep waterbad aan, zodat de duif zijn verenkleed in conditie kan houden.
- Houd de tenen en nagels onder de pootbevedering in de gaten, want de muffen kunnen ze aan het zicht onttrekken.
- Hanteer de duif rustig tijdens het verzorgen, zodat hij kalm en tam blijft.
Beweging
- Bied een ruime volière of hokafdeling waar de duif kan bewegen, zitten en zijn vleugels kan strekken.
- Zorg voor zitstokken op verschillende hoogtes en landingsruimte, in plaats van te vertrouwen op vrije vlucht.
- Geef de duif dagelijks tijd buiten de zitstok, binnen een veilige, afgeschermde ruimte.
Omgeving
De Oosterse Meeuw heeft een droog, goed geventileerd hok nodig zonder tocht. Een droge vloer is belangrijk, omdat de bevederde poten snel vocht en vuil oppikken. Houd het hok schoon, bescherm de duiven tegen roofdieren en vermijd modderige of natte vloergedeeltes die de muffen zouden bevuilen.
Voeding en dieet
Oosterse Meeuwen eten een standaard duivenmenu van gemengde granen en zaden met grit en schoon water, in hoeveelheden afgestemd op formaat en activiteit van de duif.
De Oosterse Meeuw eet een gewoon duivenmenu, opgebouwd rond een mengsel van granen en zaden. Een goed mengsel bevat graansoorten en peulvruchten zoals tarwe, maïs, erwten en kleine zaden, in een verhouding die de duif genoeg eiwit en energie geeft zonder dat hij te zwaar wordt. Zorg altijd voor schoon, vers water, plus grit ter ondersteuning van de spijsvertering en een bron van mineralen.
| Levensfase | Hoeveelheid per dag | Voerbeurten |
|---|---|---|
| Jong (in het nest) | Krijgt kropmelk, daarna zacht graan van de ouders | Gevoerd door de ouders |
| Jonge duif (overschakeling op vast voer) | Vrije toegang tot een opfokmengsel | 2 voerbeurten |
| Volwassen (onderhoud) | Ongeveer 25 tot 35 g gemengd graan | 1 tot 2 voerbeurten |
| Broedpaar | Meer graan, plus extra eiwit en mineralen | 2 voerbeurten |
Lekkernijen en supplementen
Kleine hoeveelheden bladgroenten en af en toe een veilig zaadsnoepje mogen, maar het graanmengsel blijft de basis. Geef grit, verbrijzelde oesterschelp of een mineralenblok voor calcium, en tijdens broed- en ruiperiode een vitamine- of mineralensupplement als het gewone voer tekortschiet. Houd traktaties beperkt, zodat de duif op een gezond gewicht blijft.
Gezondheid en veelvoorkomende aandoeningen
De Oosterse Meeuw is over het algemeen robuust en wordt 8 tot 12 jaar oud; de meeste gezondheidsklachten hangen samen met de bevederde poten en gangbare duivenparasieten en infecties.
Bij goede verzorging is de Oosterse Meeuw een robuuste, kleine duif die doorgaans 8 tot 12 jaar oud wordt. Het specifieke zwakke punt van het ras is de pootbevedering, die vuil en vocht kan vasthouden en zo tot voet- en huidproblemen leidt als het hok niet droog wordt gehouden. Verder is de duif gevoelig voor de gewone duivenkwalen die in elk hok voorkomen.
| Aandoening | Verschijnselen | Opmerking |
|---|---|---|
| Problemen met poten en muffen | Vuile, verklitte pootveren; wondjes; kreupelheid | Hangt samen met een vochtige of vuile vloer; houd het hok droog |
| Trichomonose (geelziekte) | Gele afzettingen in bek en keel, slecht eten | Komt veel voor bij duiven; goed te behandelen indien vroeg opgemerkt |
| Coccidiose | Diarree, gewichtsverlies, weinig energie | Darmparasiet; onder controle te houden met hygiëne en behandeling |
| Wormen | Gewichtsverlies, slechte conditie | Routinematig ontwormen op advies van een dierenarts |
| Luchtwegontsteking | Neusuitvloeiing, moeizame ademhaling, niezen | Verbeter de ventilatie; behandel op advies |
| Uitwendige parasieten (luizen/mijten) | Verenschade, krabben, onrust | Dichte bevedering kan ze verbergen; controleer regelmatig |
Preventieve zorg
- Houd het hok schoon, droog en goed geventileerd.
- Controleer poten en muffen regelmatig op vuil en wondjes.
- Zorg dagelijks voor vers water, schoon graan en grit.
- Zet nieuwe of terugkerende duiven in quarantaine voordat ze bij de rest van het hok komen.
- Volg een vast parasieten- en ontwormingsschema in overleg met een dierenarts.
- Houd vaccinaties op peil waar duivenparamyxovirus of vergelijkbare ziektes een regionaal risico vormen.
Training en omgang
Oosterse Meeuwen zijn geen vlieg- of postduiven, dus training draait om rustig temmen, kalme omgang en showconditionering in plaats van prestaties.
Omdat de Oosterse Meeuw een sierras is dat in het hok leeft en een zwakke vlieger is, gaat training over temmen en showconditionering, niet over wedvliegen of postduivenwerk. Het kalme, gedwee karakter van het ras maakt dit eenvoudig. Het doel is een duif die ontspannen blijft tijdens het hanteren, rustig blijft zitten bij het keuren en een showkooi accepteert.
De basis
- Breng dagelijks rustig wat tijd door bij het hok, zodat de duiven wennen aan een vertrouwd persoon in de buurt.
- Geef favoriet graan uit de hand om vertrouwen op te bouwen.
- Oefen met kort en rustig hanteren, met ondersteuning van het lichaam en de bevederde poten.
- Wen de duif geleidelijk aan een showkooi, zodat hij er rustig in zit.
- Herhaal korte oefensessies vaak, in plaats van lange, stressvolle sessies.
- Sluit elke sessie rustig af en zet de duif terug in het hok.
Habitat en huisvesting
Oosterse Meeuwen hebben een schoon, droog, roofdiervrij hok of volière nodig met een droge vloer ter bescherming van de bevederde poten, plus veilige zitstokken en nestruimte.
De Oosterse Meeuw wordt gehuisvest in een hok of volière en niet vrij losgelaten. Voorrang gaat naar een droge, goed geventileerde en veilige ruimte, omdat vocht en vuil de pootbevedering beschadigen. Zorg voor voldoende ruimte om comfortabel te bewegen en te zitten, met nestkasten voor broedparen en bescherming tegen roofdieren en weersinvloeden.
| Onderdeel | Aanbeveling |
|---|---|
| Type verblijf | Gesloten hok of overdekte volière |
| Vloer | Droog, glad of goed voorzien van strooisel; schoon gehouden ter bescherming van de muffen |
| Ventilatie | Goede luchtcirculatie zonder tocht op zithoogte |
| Zitstokken | Meerdere op verschillende hoogtes, met landingsruimte |
| Nestgelegenheid | Nestkasten of nestbakken voor broedparen |
| Beveiliging | Roofdierwerend gaas en een afsluitbare deur |
Checklist voor de inrichting
- Droge, schone vloer die geschikt is voor bevederde poten.
- Voldoende ventilatie zonder koude tocht.
- Zitstokken en landingsplankjes op verschillende hoogtes.
- Nestkasten voor koppels tijdens het broedseizoen.
- Vers water en een ondiep waterbad.
- Grit en een mineralenbron beschikbaar.
- Roofdierwerende constructie en degelijk afsluitbare deuren.
Broeden en uitkomen
Eieren van de Oosterse Meeuw komen na ongeveer 17 tot 19 dagen uit, meestal uitgebroed door beide ouders; de jongen krijgen kropmelk voordat ze rond vier weken op vast voer overschakelen.
Zoals de meeste duiven legt de Oosterse Meeuw doorgaans twee eieren per legsel, die door beide ouders om beurten worden bebroed. De eieren komen na ongeveer 17 tot 19 dagen uit. Pas uitgekomen jongen krijgen de eerste dagen kropmelk van beide ouders en worden daarna geleidelijk overgezet op zacht graan naarmate ze groeien. De meeste liefhebbers laten de ouders zelf broeden en de jongen grootbrengen, omdat duiven betrouwbare ouders zijn, al kan indien nodig ook een broedmachine worden gebruikt.
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Temperatuur | Ongeveer 37,5 graden Celsius in een broedmachine (anders bij de ouders) |
| Luchtvochtigheid | Ongeveer 55 tot 60 procent, oplopend tegen het uitkomen |
| Broedduur | Ongeveer 17 tot 19 dagen |
| Keren | Meerdere keren per dag bij kunstmatig broeden; ouders keren de eieren van nature |
Stappen bij het uitkomen
- Laat een ingespeeld koppel het legsel van twee eieren bebroeden.
- Houd het hok rustig, droog en op een gelijkmatige temperatuur.
- Controleer de eieren halverwege de broedtijd op ontwikkeling.
- Verstoor het nest niet naarmate het uitkomen dichterbij komt.
- Laat de ouders na het uitkomen kropmelk aan de jongen voeren.
- Geef de ouders extra eiwit en mineralen terwijl ze de jongen grootbrengen.
- Laat de jongen rond de vier weken overschakelen op een graanmengsel.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over de Oosterse Meeuw gaan over formaat, karakter, verzorging, levensduur, geschiktheid en verkrijgbaarheid.
Hoe groot wordt een Oosterse Meeuw?
Het is een kleine sierduif met een kort, gedrongen en rond lichaam, een korte uilachtige kop en zwaar bevederde poten.
Hoe is het karakter van dit ras?
Het ras is aanhankelijk, zachtaardig, kalm en gedwee. Het verdraagt hanteren goed en is vreedzaam tegenover andere duiven.
Is de Oosterse Meeuw lastig te houden?
Het valt mee. Het meeste extra werk zit in het schoon en droog houden van het hok en het onderhoud van de borstjabot en de bevederde poten, die snel vuil oppikken.
Hoe lang leeft een Oosterse Meeuw?
Bij goede verzorging wordt de duif meestal 8 tot 12 jaar oud.
Kan de Oosterse Meeuw vrij vliegen of naar huis terugvinden zoals een postduif?
Nee. Het is een sierras voor de show en een zwakke vlieger, en wordt daarom in een hok of volière gehouden in plaats van vrij losgelaten.
Voor wie is dit ras het meest geschikt?
Het past bij rustige huishoudens en geduldige liefhebbers die plezier hebben in showduiven en bereid zijn de pootbevedering en de jabot te onderhouden.
Waar zijn Oosterse Meeuwen te vinden?
Ze zijn verkrijgbaar via duivenliefhebbers, rasverenigingen en tentoonstellingen. Koop bij een betrouwbare fokker die een schoon, droog hok bijhoudt.