Kiko
De Kiko is een robuuste, onderhoudsarme Nieuw-Zeelandse vleesgeit, gefokt op robuustheid, parasietresistentie en gemakkelijk foerageren.
- Size
- Groot
- Lifespan
- 8–12 years
- Origin
- Nieuw-Zeeland
- Temperament
- Hardwerkend
Characteristics
Over de Kiko-geit
De Kiko is een groot vleesgeitenras uit Nieuw-Zeeland, gefokt op weerbaarheid, wormresistentie en het vermogen om op schraal terrein te overleven met weinig verzorging.
De Kiko is een vleesgeit die in de jaren tachtig in Nieuw-Zeeland is ontwikkeld. De naam komt van een Maori-woord voor vlees, wat meteen het fokdoel van het ras blootlegt. Kiko's moesten aankomen op gras en struikgewas in plaats van op zware krachtvoergiften, en overleven in een nat, heuvelachtig landschap met minimale bemoeienis van de fokker.
Het ras staat vooral bekend om zijn taaiheid. De selectie vond plaats onder zware omstandigheden: dieren die niet meekwamen, werden afgevoerd in plaats van bijgevoerd of extra verzorgd. Het resultaat is een geit die interne parasieten beter weerstaat dan de meeste andere rassen, lange afstanden aflegt om te grazen, en bij het aflammeren zelden hulp nodig heeft. Volwassen geiten wegen doorgaans zo'n 45 tot 65 kg, bokken zijn zwaarder.
Kiko's worden vooral gehouden voor vleesproductie en voor kruisingen die andere vleeslijnen extra vitaliteit meegeven. Ook worden ze ingezet om land te ontdoen van opslag en struikgewas, iets waar veel ander vee geen belangstelling voor heeft.
| Kenmerk | Detail |
|---|---|
| Herkomst | Nieuw-Zeeland |
| Formaat | Groot |
| Levensverwachting | 8 tot 12 jaar |
| Groep / rol | Vleesgeit, terreinbeheer |
| Geschikt voor | Open weiland, heuvelland, bedrijven met weinig input |
Voor wie is de Kiko geschikt
De Kiko past bij boeren en hobbyhouders die een geit willen die het op de wei zelf moet uitzoeken, met weinig bijsturing. Het ras gedijt beter bij extensieve begrazing dan bij het houden in een kleine ren. Wie een klein knuffelgeitje zoekt of veel melk wil winnen, kan beter naar een ander ras kijken, want de Kiko is gefokt voor vlees en weerbaarheid in het veld, niet voor aaibaarheid of melkproductie.
Geschiedenis en herkomst
De Kiko ontstond in de jaren tachtig in Nieuw-Zeeland uit kruisingen van verwilderde geiten met geïmporteerde melkbokken, gevolgd door strenge selectie op overleving en groei in ruig terrein.
De ontwikkeling van de Kiko begon eind jaren zeventig en liep door de jaren tachtig in Nieuw-Zeeland. De fokkers Garrick en Anne Batten bouwden, samen met de groep Caprinex Genetics op het Zuidereiland, aan een vleesgeit die berekend was op het natte heuvelland van het land.
De basis kwam van verwilderde geiten die al generaties lang zonder menselijke hulp leefden en zich voortplantten in het Nieuw-Zeelandse landschap. Deze taaie dieren werden gekruist met geïmporteerde melkbokken, onder meer van het Anglo-Nubische, Saanen- en Toggenburger ras, om formaat en groeisnelheid toe te voegen zonder de weerbaarheid van de wilde basis te verliezen.
Selectie vormde de kern van het programma. De dieren liepen op ruig terrein met weinig ontworming, bijvoeding of hulp bij het aflammeren. Geiten die onder die omstandigheden niet gezond bleven, hun lammeren niet grootbrachten of niet aankwamen, verdwenen uit de fokkerij. Na een aantal generaties vererfde de lijn betrouwbaar op weerbaarheid en groei, en kreeg ze de naam Kiko.
In de jaren negentig gingen Kiko's naar de Verenigde Staten, waar ze zowel als raszuiver vleesras als voor kruisingen werden ingezet om andere vleeslijnen sterker te maken. Rasverenigingen in de Verenigde Staten en elders houden inmiddels stambomen en kruisingspercentages van de Kiko bij.
Uiterlijk
De Kiko is een groot, diep gebouwd geitenras met een ruige vacht, meestal wit maar ook in andere kleuren, en bij beide seksen forse hoorns.
De Kiko is een grote, gespierde geit met een diepe romp en sterke, rechte poten die gebouwd zijn om afstanden af te leggen. Het ras is geselecteerd op functie, niet op een vastgelegd uiterlijk, waardoor er in formaat en kleur meer variatie is dan bij showrassen. De algemene indruk is die van een stevig, atletisch dier.
Bokken dragen zware, wijd uitstaande hoorns die naar buiten en naar achteren krullen; ook geiten hebben hoorns, al zijn die lichter gebouwd. De kop is middellang met een oplettende uitdrukking. De hoeven zijn doorgaans hard en hebben minder bijknippen nodig dan die van veel geiten die op zachte bodem lopen.
| Kenmerk | Gebruikelijke bandbreedte |
|---|---|
| Schofthoogte | Geiten ongeveer 70 tot 80 cm; bokken groter |
| Gewicht | Geiten 45 tot 65 kg; bokken 70 tot 135 kg |
| Vacht | Kort tot middellang, ruig; kan in koude seizoenen dikker worden |
| Kleuren | Meestal wit; ook crème, bruin, zwart en gemengd |
| Ogen | Horizontale pupillen; amberkleurig tot bruin |
Vacht en kleuren
Wit komt het vaakst voor en werd bij de vroege fokdieren geprefereerd, maar Kiko's verschijnen ook in crème, geelbruin, bruin, zwart en combinaties daarvan. De vacht is vrij ruig en ligt in warme perioden strak tegen het lijf. In een koud klimaat groeit een dikkere wintervacht met wat onderwol, die in het voorjaar wordt afgeworpen.
Karakter
Kiko's zijn zelfstandige, alerte en actieve geiten die zich prima redden op grote terreinen, maar minder tam en knuffelig zijn dan kleinere gezelschapsrassen.
Kiko's zijn zelfstandig en redden zich prima op eigen kracht, wat rechtstreeks voortkomt uit de manier waarop ze zijn gefokt. Ze grazen en browsen zelfstandig over grote oppervlaktes, blijven alert op gevaar en reageren snel. Geiten zijn oplettende moeders die hun lammeren met weinig hulp verdedigen en grootbrengen.
Tegenover mensen gedraagt het ras zich over het algemeen rustig, maar niet overdreven aanhankelijk. Kiko's die regelmatig worden aangeraakt en verzorgd, worden hanteerbaar en laten zich makkelijk verplaatsen, terwijl dieren die vrij op groot terrein zijn opgegroeid wantrouwig kunnen blijven tegenover onbekenden en lastiger te vangen zijn. Ze zijn actief en nieuwsgierig en zetten hekken en omheiningen op de proef. Onderling zijn ze doorgaans sociaal en vormen ze een stabiele kuddeorde. Met ander vee delen ze zonder problemen dezelfde wei. Het is geen knuffelgeit die aan je broek hangt, dus wie op zoek is naar een hechte band moet de dieren al jong veel aandacht en handling geven.
| Eigenschap | Score |
|---|---|
| Aanhankelijkheid | 2 |
| Energie | 4 |
| Leerbaarheid | 3 |
| Blaatgedrag | 2 |
| Vachtverlies | 3 |
Verzorging en beheer
De Kiko is een onderhoudsarme geit die goede weidegrond, deugdelijke omheining en periodieke gezondheidscontroles nodig heeft, met minder vachtverzorging en hoefwerk dan veel andere rassen.
De Kiko is gefokt om weinig dagelijkse zorg nodig te hebben, maar dat betekent niet dat goede verzorging overbodig is. De belangrijkste behoeften zijn ruimte om te grazen en te browsen, stevige omheining, beschutting tegen extreem weer en een vast gezondheidsprogramma.
Vachtverzorging
- Borstel af en toe om losse haren te verwijderen tijdens de voorjaarsrui.
- Controleer de hoeven elke paar maanden; Kiko-hoeven slijten vaak vanzelf goed af en hebben minder bijknippen nodig dan bij rassen die op zachte bodem lopen.
- Kijk bij het hanteren de vacht na op teken, luizen en huidproblemen.
- Houd hoorns en eventuele wondjes schoon en in de gaten.
Beweging
- Bied open weiland of struikgewas aan zodat de dieren dagelijks kunnen lopen en foerageren.
- Geef toegang tot houtige gewassen, want Kiko's verkiezen die boven kort gras alleen.
- Werk met roulerende beweiding om het gras vers te houden en de wormdruk te beperken.
- Geef voldoende ruimte; geiten die te krap staan, vervelen zich en beschadigen hokken en hekken.
Omgeving
Kiko's verdragen nat, heuvelachtig en koud weer beter dan veel andere geiten, maar ook zij hebben een droge, tochtvrije schuilstal nodig tegen regen, wind en hitte. De omheining moet hoog en strak staan, want het ras is atletisch en test zwakke plekken uit. Schoon water en vrij toegankelijke mineralen moeten altijd voorhanden zijn.
Voeding
Kiko's doen het goed op gras en struikgewas met vrij toegankelijke mineralen, en hebben veel minder krachtvoer nodig dan geiten die voor stalhouderij zijn gefokt.
De Kiko is in de eerste plaats een foerageerder. Het rantsoen moet vooral bestaan uit goede weidegrond, struikgewas en hooi, met krachtvoer als aanvulling. Volwassen dieren op kwalitatief goede grasgrond hebben vaak helemaal geen krachtvoer nodig, terwijl groeiende lammeren, hoogdrachtige geiten en zogende geiten wel een aanvulling kunnen gebruiken. Zorg altijd voor schoon water en vrij toegankelijke geitenmineralen, want geiten hebben een andere behoefte aan koper en selenium dan runderen, waar rundveemineralen niet in voorzien.
| Levensfase | Hoeveelheid per dag | Voermomenten |
|---|---|---|
| Volwassen dier op goede wei | Vrije opname ruwvoer; weinig tot geen krachtvoer | De hele dag grazend |
| Hoogdrachtige geit | Ruwvoer plus ongeveer 0,2 tot 0,5 kg krachtvoer | 1 tot 2 |
| Zogende geit | Ruwvoer plus ongeveer 0,3 tot 0,7 kg krachtvoer | 2 |
| Groeiend lam | Ruwvoer plus een kleine krachtvoergift | 2 |
Snacks en aanvullingen
Kleine hoeveelheden wortel, appel of bladrijk snoeisel zijn veilige traktaties en handige beloningen bij training. Vrij toegankelijke losse mineralen en zuiveringszout ondersteunen de pensgezondheid. In streken met een seleniumtekort in de bodem is het raadzaam lokaal veterinair advies te volgen over selenium- en vitamine-E-suppletie, want zowel een tekort als een overschot is schadelijk.
Gezondheid
Kiko's zijn een robuust ras met sterke wormresistentie en een gemiddelde levensverwachting van 8 tot 12 jaar, al blijven de gangbare gezondheidsrisico's voor geiten van toepassing.
De Kiko behoort tot de robuustere geitenrassen, omdat de selectie plaatsvond onder zware omstandigheden waarbij zwakke dieren werden afgevoerd. Het ras weerstaat interne parasieten beter dan veel andere geiten en lammert doorgaans zonder hulp af. Toch is de Kiko niet immuun voor de gangbare geitenziekten, en goed management houdt de kudde gezond. Bij goede verzorging haalt een Kiko doorgaans een leeftijd van 8 tot 12 jaar.
| Aandoening | Signalen | Opmerking |
|---|---|---|
| Maagworm (Haemonchus) en andere inwendige parasieten | Bleke slijmvliezen, gewichtsverlies, keeloedeem, zwakte | Kiko's weerstaan dit beter dan de meeste rassen, maar bij overbeweiding kan de wormdruk toch oplopen |
| Coccidiose | Diarree, achterblijvende groei bij lammeren | Vooral ernstig bij jonge, gestreste of te dicht opeengepakte lammeren |
| Klauwrot en klauwsmet | Kreupelheid, geur, pijnlijke poten | Waarschijnlijker bij nat en modderig terrein |
| Trommelzucht | Opgezette linkerflank, benauwdheid | Verband met plotselinge rijke voeding of te veel krachtvoer |
| Longontsteking | Hoesten, koorts, moeizame ademhaling | Volgt vaak op stress, vocht of slechte ventilatie |
Preventieve zorg
- Gebruik mestonderzoek (eitelling) om alleen te ontwormen wanneer dat nodig is; dat beschermt de natuurlijke wormresistentie van het ras.
- Rouleer de weides en voorkom overbeweiding.
- Houd de entingen op peil, waaronder CDT tegen clostridiumziekten en tetanus.
- Zorg voor vrij toegankelijke geitenmineralen om koper- en seleniumtekort te voorkomen.
- Knip de hoeven bij als dat nodig is en houd de ligplaats droog.
Fokkerij
Kiko's zijn al binnen hun eerste levensjaar geslachtsrijp, lammeren makkelijk af met weinig hulp en brengen vaak een tweeling groot, wat een belangrijke reden is voor de populariteit van het ras.
Makkelijk aflammeren is een kernwaarde van de Kiko. Geiten worden geslachtsrijp op ongeveer 7 tot 12 maanden, al wachten veel fokkers tot een geit dichter bij een jaar oud en goed uitgegroeid is voor haar eerste dekking. Bokken kunnen al vruchtbaar zijn vanaf ongeveer 5 tot 7 maanden. Zoals de meeste geiten zijn Kiko's in gematigde streken seizoensgebonden fokdieren, met een sterkere bronstcyclus in het najaar.
De dracht duurt ongeveer 145 tot 155 dagen. Kiko-geiten staan bekend om hun makkelijke aflammering en sterke moederinstinct, waardoor ze meestal zonder ingrijpen bevallen en hun lammeren grootbrengen. Tweelingen komen veel voor, en sommige geiten brengen een drieling groot. De lammeren zijn levendig en staan en drinken snel na de geboorte, wat aansluit bij het onderhoudsarme karakter van het ras. Veel houders spenen de lammeren rond 2 tot 3 maanden, afhankelijk van de groei en het weideaanbod. Door fokmateriaal te selecteren op dezelfde weerbaarheidskenmerken blijft de lijn sterk.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Geslachtsrijpheid (geit) | Ongeveer 7 tot 12 maanden |
| Geslachtsrijpheid (bok) | Ongeveer 5 tot 7 maanden |
| Fokseizoen | Vooral najaar in gematigde streken |
| Draagtijd | Ongeveer 145 tot 155 dagen |
| Worpgrootte | Meestal tweeling; enkeling en drieling komen voor |
| Speenleeftijd | Ongeveer 2 tot 3 maanden |
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over formaat, karakter, verzorging, levensverwachting, geschiktheid en verkrijgbaarheid van de Kiko-geit.
Hoe groot worden Kiko-geiten?
De Kiko is een groot ras. Geiten wegen doorgaans 45 tot 65 kg en bokken variëren van ongeveer 70 tot 135 kg, met een schofthoogte van 70 tot 80 cm bij geiten en meer bij bokken.
Hoe is het karakter van de Kiko?
Kiko's zijn zelfstandig, alert en actief. Ze zijn over het algemeen rustig tegenover mensen maar niet bijzonder aanhankelijk, dus regelmatige handling vanaf jonge leeftijd maakt ze makkelijker te managen.
Zijn Kiko-geiten makkelijk te verzorgen?
Ja, in vergelijking met de meeste geitenrassen wel. Ze zijn gefokt op weinig input en hebben minder ontworming en hoefwerk nodig, maar goede weidegrond, stevige omheining, beschutting, vrij toegankelijke mineralen en een basisvaccinatieprogramma blijven noodzakelijk.
Hoe oud worden Kiko-geiten?
Een Kiko haalt bij goede verzorging, voeding en gezondheidszorg doorgaans een leeftijd van 8 tot 12 jaar.
Waarvoor worden Kiko-geiten gehouden?
Ze worden vooral gehouden voor vleesproductie en voor kruisingen die andere vleeslijnen extra weerbaarheid geven. Ook worden ze ingezet om struikgewas te verwijderen, omdat ze houtige gewassen eten waar ander vee aan voorbijloopt.
Zijn Kiko-geiten geschikt als huisdier?
Ze kunnen bij hobbyhouders worden gehouden, maar zijn gefokt op weerbaarheid in het veld, niet op gezelschap. Wie een klein, aanhankelijk knuffelgeitje zoekt, is meestal beter af met een kleiner, tammer ras.
Zijn Kiko-geiten moeilijk te vinden?
Dat hangt af van de regio. In Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten zijn ze via rasverenigingen goed gevestigd, maar in gebieden waar vleesgeiten minder gangbaar zijn, kan het lastiger zijn een fokker te vinden; raadpleeg lokale fokkers en registerlijsten.
From the community
Ask about the KikoNo questions about the Kiko yet. Be the first to ask.